Boskamp, streetwise en een authentiek character
17/10/2011 09:30
Het Oude Noorden van Rotterdam bracht unieke voetbaltalenten voort. Dribbelkoning Faas Wilkes groeide er op. De legendarische linksbuiten Coen Moulijn kwam, evenals Wim Jansen, uit de Eerste Bloklandstraat en drie straten verder, in de Woelwijkstraat, werd de op 21 oktober 1948 geboren Jan Boskamp groot.
Hoewel het eigenlijk een Xerxes-buurt was, kwamen de laatste drie bij Feyenoord terecht. Moulijn was misschien wel de beste linksbuiten uit de historie van het vaderlandse topvoetbal. Hij blijft eeuwig een Rotterdamse volksheld. Ook Jansen was een groot speler, maar weigerde structureel publiek bezit te worden. Hij was een vedette zonder allure, als de dood herkend te worden op straat, zijn telefoonnummer is geheim en zijn verborgen viswater zal hij aan niemand verklappen.
'Ik heb er een hekel aan in situaties te komen waarin ik het middelpunt van de belangstelling ben', zegt Jansen. 'Interviews geef ik niet. Als een journalist naar me toe komt, is dat in het belang van hem en zijn lezers. Als ik praat, doe ik dat voor hem. Als ik zwijg, is dat in het belang van mezelf. Journalisten nemen voetballers niet meer tegen zichzelf in bescherming. Journalisten willen scoren, vaak ten koste van voetballers. Dat vind ik niet reëel. Ik wil weten hoe mijn mening in de media komt. Dat is onmogelijk, daarom moet je jezelf in bescherming nemen. Dan moet je zwijgen en dat kan ik blijkbaar beter dan een ander.'
Wim Jansen verstopt zich al sinds zijn hoogtijdagen in een burgerlijke doorzonwoning in Hendrik-Ido-Ambacht. Hij leidt een anoniem bestaan. Jansen is vier handen op één buik met Johan Cruijff, want de heren hebben dezelfde voetbalvisie, maar voormalig buurtgenoot Boskamp is zijn boezemvriend, terwijl er geen grotere tegenpolen bestaan.
Boskamp is een open boek, een kleurrijke man om te interviewen en zowel in Nederland als in België een populaire tv-persoonlijkheid. De hartstochtelijke liefde voor Feyenoord maakt van Jansen en Boskamp een uniek duo. De principiële Jansen stapte al een paar keer op in De Kuip, maar begeleidt intussen de jeugdtrainers op het trainingscomplex Varkenoord. Terwijl Boskamp een vermogen kan verdienen als scout voor Europese topclubs, bedankte hij voor de eer, om op verzoek van zijn vriend Jansen goedkope en voor Feyenoord betaalbare talenten op te sporen.
Jansen ligt wakker in Hendrik-Ido-Ambacht als Feyenoord slecht presteert. Boskamp trof ik achter de schermen op het Mediapark in Hilversum huilend aan na een wanprestatie van zijn geliefde club. Ik wist niet dat dergelijke mensen nog bestonden, maar wat is het mooi dat ze er nog zijn: ex-topvoetballers met een clubhart.
Jan Boskamp en ik kennen elkaar al sinds 1966. Toen verschenen onze namen voor het eerst in het Tableau de la Troupe Eredivisie, de jaarlijkse lijst met contractspelers in de krant Sport & Sportwereld. Boskamp bij Feyenoord tussen Hans Kraay senior, Eddy Pieters Graafland, Ove Kindvall en Coen Moulijn. Mijn naam kwam voor op de spelerslijst van Go Ahead, tussen Peter Ressel, Pleun Strik, Henk Warnas en Nico van Zoghel. Op 6 mei 1967 ontmoetten we elkaar in de finale van de competitie voor betaalde jeugdteams.
Go Ahead won in Deventer, voor elfduizend toeschouwers met 2-0. Feyenoord was de sterkste in de return in De Kuip, dankzij uitblinker Boskamp, en tijdens het beslissende duel in Deventer werd Go Ahead met 0-4 afgedroogd, waardoor Feyenoord kampioen van Nederland werd. Ik had een zwak gekregen voor Boskamp. Op het veld was hij een genadeloos harde, vervelende tegenstander, maar na de wedstrijd was hij een schat van een jongen. Hij gedroeg zich als een ongecompliceerde havenarbeider, volstrekt authentiek.
Even later – hij speelde intussen voor Holland Sport en ik voor SC Cambuur – speelden we samen in het Militair elftal van bondscoach Jan Zwartkruis. Boskamp ging altijd voorop in de strijd, was een voorbeeldige teamgenoot en helemaal gek van zijn vriendin Jen, een vlotte Rotterdamse meid die geen wedstrijd van haar vriend oversloeg. Daarna verloren we elkaar uit het oog, maar dat had voornamelijk te maken met het feit dat Boskamp een veel betere voetballer was.
De vader van Jan Boskamp werkte eerst als postbode, later als vrachtwagenchauffeur. Hij vervoerde fruit naar het buitenland en was zelden thuis. Ook moeder Boskamp werkte voor dat bedrijf. Daardoor werden de kinderen grotendeels opgevoed door oma. Het waren de jaren vijftig, de littekens van de oorlog waren nog goed zichtbaar. Jan speelde tussen de puinhopen van het beruchte bombardement en maakte de heropbouw van Rotterdam van nabij mee. Iedere goede Rotterdammer had een hekel aan Duitsers.
'We hadden het nooit over Duitsers', zegt Boskamp. 'Het waren klotemoffen. Zo werden we opgevoed. Ik woonde in een echte volksbuurt, de wetten van de straat bepaalden het leven. Ook in het voetbal. Er was een straatvoetbalcompetitie. Daar ken ik Wim Jansen van. We speelden met onze straat tegen andere straten op het Schuttersveld. Ik was een echt straatboefje. Op school heb ik weinig geleerd, maar op straat pikte ik alles op. Tegenwoordig noemen ze dat streetwise. Ik deelde regelmatig een klap uit, maar zelf kreeg je ook weleens een ouderwets pak rammel. Als kwajongen werd ik zelfs een keer opgepakt door de politie. Om aan zakgeld te komen ging ik tussen de puinhopen op zoek naar lood. Dat kon je verkopen aan de lorrenboer. En ik pikte overal lege flessen, dat leverde statiegeld op.'
'Ome Dirk was zeeman. Hij was soms drie maanden weg. Mijn opa had een eigen bedrijf, een groothandel in fruit. Hij moest alle winkels in Rotterdam bevoorraden, waardoor hij elke morgen om vier uur begon. Daarna was hij duivenmelker. Ieder weekeinde zat hij achter het huis te fluiten naar zijn duiven. Zodra er een duif binnenkwam, moest ik meteen met die duif naar het café om te klokken. Op zondagavond was de prijsuitreiking in de kroeg. Dan moest ik mijn opa halen, want dan had hij altijd een stuk in zijn kloten. Opa werkte de hele week keihard, maar in het weekeinde liep hij lallend door de straat. Als jongen van negen jaar maakt dat indruk. Ik denk dat ik daarom nooit alcohol heb gedronken. Ik heb totaal geen behoefte aan drank.'
Jen, de vriendin van Jan, kwam uit Rotterdam-Zuid. Tijdens de wintermaanden speelde hij vaak basketbal in de sporthal. Daar leerde hij Jen kennen, doordat ze handbalde. Vanaf hun veertiende hadden ze verkering. Eigenlijk wilde Jan net als zijn oom gaan varen. Een vriend van hem deed dat ook en liep altijd met pakken geld op zak als hij terug was in Rotterdam. Moeder Boskamp wilde er niets van weten, want zeelieden hadden in die jaren een slechte reputatie in de havenstad. Daardoor werd Jan voetballer.
Tussen 1966 en 1969 speelde hij 28 wedstrijden in Feyenoord 1. Vervolgens werd hij uitgeleend aan Holland Sport, waar hij 31 keer in de basis stond. Terug in De Kuip droeg hij nog 76 keer het Feyenoord-shirt. Boskamp had de pech dat de club met Wim Jansen, Franz Hasil en Willem van Hanegem over een droommiddenveld beschikte. Met trainer Ernst Happel kon hij uitstekend opschieten, maar met diens opvolger Wiel Coerver had hij structureel problemen. Wim Jansen moest zelfs een keer voorkomen dat Boskamp zijn coach te lijf ging.
Anderlecht toonde belangstelling, maar hij moest daar eerst een proefwedstrijd spelen. Daarom koos hij voor RWDM, eveneens uit Brussel. En plotseling heette hij geen Jan meer, maar Johan, doordat er Johannes in zijn paspoort stond. De club bouwde een nieuw huis voor hem in het landelijke Relegem en dat werd de thuishaven voor de geboren Rotterdammer.
De tweevoudige international zou acht seizoenen voor RWDM spelen, daarna kwam hij nog twee jaar uit voor Lierse SK. Daar begon in 1984 tevens zijn trainerscarrière. Vervolgens was Boskamp coach van Denderhoutem, SK Beveren, KV Kortrijk, vijf jaar Anderlecht, AA Gent, Dinamo Tblisi, de nationale ploeg van Georgië, RC Genk, Al Wasl in de Verenigde Arabische Emiraten, Kazma Sport in Koeweit, Stoke City, Standard Luik en FCV Dender EH.
Nadat zijn vrouw Jen aan een slopende ziekte was overleden, belandde Boskamp in een dip. Hij sloot zich achter dichte gordijnen op in zijn huis, kwam de deur niet meer uit en kleedde zich niet eens meer aan. Boskamp zat hele dagen in zijn onderbroek naar de televisie te staren. Hij beschikt thuis in Relegem over ruim vierduizend zenders en volgt alle competities ter wereld. Een bal gaf zijn leven weer een andere wending. Een jongen uit de buurt trapte 'm in zijn tuin en de moeder van die jongen belde bij Boskamp aan of ze de bal terug mocht. Jan deed open in zijn onderbroek; het lijkt me geen al te vrolijk tafereel, maar het was liefde op eerste gezicht.
Jan en Lydia zijn intussen onafscheidelijk, bezitten een huis in Zuid-Frankrijk en zijn gelukkig onder de rook van Brussel. En elke keer als Boskamp aanschuift bij Voetbal International op RTL 7 verbaast het me weer dat hij nog steeds precies dezelfde spontane Rotterdammer is die ik in 1966 leerde kennen, een uniek character.
Johan Derksen
SPELERS
CLUBS
COMPETITIES
WEDSTRIJD
-
ANIMATIE QUIZ
VI Helden Quiz: wie schreven in München geschiedenis -
IN DE KANTLIJN
Telstar vraagt KNVB om toestemming voor blauw veld -
ELFTAL VAN HET JAAR
Volgers VI.nl zien geen plaats voor Sno in Elftal vh Jaar -
SPELER VAN DE DAG
Falcao zorgt voor unicum met tweede EL-triomf op rij
-
VANAF DE BANK
Grote namen van het toneel in Europese topcompetities -
CLUB IN HET NIEUWS
Conte en investeringen stuwen Oude Dame naar succes -
FOTO EN Z'N VERHAAL
Foto en z'n verhaal: nu zwaaien naar Fer en Wijnaldum -
't WERELDJE
Lees hier de dagelijkse bijdrages
-
TRANSFERDAGBOEK
Transferdagboek 31/01: de laatste dag...
-
DOSSIER TRANSFERS
Een overzicht
van de
transfers -
DE VOORBEREIDING
Alles over de
voorbereiding van de
36 profclubs
Karl-Heinz Rummenigge, bestuursvoorzitter van Bayern MÜnchen in Voetbal International.











