*

Voetbal International
Home / Achtergronden / Columns / Simon Zwartkruis

Het geheim van Van Marwijk is dat er geen geheim is

05/04/2011 12:00

In Zuid-Afrika werd je er soms doodmoe van. Hoe verder het Nederlands elftal doordrong in het WK-toernooi, hoe meer buitenlandse media rond de nationale ploeg opdoken. Prima, maar allemaal kwamen ze met dezelfde vraag, de hele dag door: hoe deze generatie internationals zich verhoudt tot die van 1974 en 1988.

Daags voor de finale tegen Spanje werd zelfs bondscoach Bert van Marwijk er op de massaal bezochte persconferentie een beetje lacherig van. Van de veertig vragen gingen er 39 over het Totaalvoetbal van Oranje in de jaren zeventig. Die andere vraag betrof de Europese kampioensploeg van '88.

Met die herinnering in het achterhoofd, waren de reacties in de catacomben na afloop van Hongarije-Nederland bijzonder interessant. De buitenlandse expedities van Oranje vormen een soort thermometer, waarmee de graad van internationale waardering kan worden gemeten. Met het droomvoetbal van Cruijff en Van Hanegem dus als onvermijdelijk referentiepunt, normaal gesproken.

In Boedapest was het ditmaal anders. Veel zat al opgesloten in de lichaamstaal van de meest effectieve voetballer dit seizoen in de Eredivisie, Balázs Dzsudzsák. Met zijn rug recht en de borst vooruit liep de PSV-aanvaller vooraf door de spelonken van het Ferenc Puskás Stadion. Hij had er zin in. Enkele uren later zag ik hem met de staart tussen de benen en gebogen hoofd naar de uitgang schuifelen. Compleet gedesillusioneerd.

Enkele meters verderop vertelde Robin van Persie dat het een feestje is, voetballen in dit Nederlands elftal. Nadat ik dat zinnetje vertaald had voor een Hongaarse collega-journalist, keek de man me besmuikt aan. ‘Een feestje’, herkauwde hij en aan zijn gezicht te zien gaf het hem een nare smaak in de mond. ‘Voor ons was het een nachtmerrie’, zuchtte hij vervolgens. En feliciteerde me alvast met de Europese titel van volgend jaar.

Er zouden die avond in Boedapest nog vele loftuitingen over het Nederlands elftal volgen. De rode draad door de persstemmen uit Engeland, Italië, Zweden en Hongarije: Bert van Marwijk heeft goud in handen. Het ging over het nu en over de toekomst. Achterom gekeken werd er niet.

Cijfermatig is Van Marwijk al een tijdje onovertroffen. Zijn winstpercentage als bondscoach, 75 procent, is uniek in de Nederlandse voetbalhistorie. Nu daar dwingend en swingend spel aan is toegevoegd, zoals oktober vorig jaar tegen Zweden ook al gebeurde, is het huidige Oranje een instituut op zichzelf aan het worden. Een fenomeen dat zijn eigen geschiedenis kan schrijven, bovenop de nalatenschap van de vorige generaties.

En dus gingen buitenlandse media in Boedapest op zoek naar het geheim van Van Marwijk. Welnu, hield ik mijn collega’s wijsneuzerig voor, het geheim is dat er geen geheim is. Deze bondscoach houdt het simpel. Maakt geen rare keuzes, houdt vast aan zijn trainingsmethodes en speelsysteem, creëert in trainingskampen de juiste sfeer, beschermt zijn spelers en tolereert geen opgezwollen ego’s.

Ook niet onbelangrijk: waarbij hij niets te klagen heeft over het aanbod van topkwaliteit in zijn selectie. Moeiteloos ving Oranje in Hongarije de afwezigheid van een topscorer (Huntelaar), de aanvoerder (Van Bommel), een topkeeper (Stekelenburg) en de beste vleugelspeler (Robben) op.

'De lat komst steeds hoger te liggen', concludeerde Van Marwijk onlangs. Richting het WK in Zuid-Afrika was dat nog niet het geval. Oranje streefde naar goud, droeg dat ook uit, maar uit diverse peilingen bleek dat het Nederlandse volk vooraf rekening hield met uitschakeling in de kwartfinale. De zilveren plak leidde tot een heldenontvangst in Amsterdam. Volgend jaar op het EK zal dat anders zijn. Dan ligt de lat op voorhand al op kampioenshoogte.

Simon Zwartkruis

SPELERS

CLUBS

COMPETITIES

WEDSTRIJD

'Arjen is een belangrijke speler, hij verzekert onze club van een goede toekomst'
Karl-Heinz Rummenigge, bestuursvoorzitter van Bayern MÜnchen in Voetbal International.